Rb. Zeeland-West-Brabant 6 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2721

Onteigening, schadeloosstelling. Staat stelt overeenstemming met alle gedaagden te hebben bereikt over de hoogte van de te betalen schadeloosstelling en vordert, zonder voorafgaand pleidooi, hem te veroordelen tot betaling van een bedrag ter zake van schadeloosstelling ter hoogte van het verschil tussen het als voorschot betaalde bedrag en het overeengekomen bedrag. De rechtbank overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat de Staat met alle gedaagden (waarvan er een aantal niet in de procedure zijn verschenen) overeenstemming is bereikt. Dit staat in de weg aan afwikkeling van de prodedure op de door de Staat voorgestane wijze waarbij door de rechtbank de schadeloosselling in een vonnis wordt vastgesteld zonder dat een pleidooi heeft plaatsgevonden. Daarvoor is vereist dat gebleken is dat alle gedaagden met de aangeboden schadeloosstelling in kunnen stemmen of in ieder geval dat zij daarvan kennis hebben kunnen nemen en aangenomen kan worden dat zij daartegen geen bezwaar hebben. De zaak wordt naar de rol verwezen voor in het geding brengen van een bewijs door de Staat dat de niet verschenen gedaagden in kunnen stemmen met de door de Staat aangeboden schadeloosstelling en bijkomende aanbiedingen, althans van een bewijs waaruit bijkt dat zij daarvan kennis hebben kunnen nemen en op grond waarvan aangenomen kan worden dat zij daartegen geen bezwaar hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen