Rb. Zeeland-West-Brabant 17 april 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2640

Artt. 6:97 BW; 6:277 lid 1 jo. 6:74 lid 1 BW; 7:218 lid 2 en 7:224 lid 2 BW; 7:262 lid 1 BW. Besluit huurprijzen woonruimte. Bijlage 1, onder A Bhw. Hoog opgelopen geschil tussen verhuurder en huurder nadat de huurcommissie op het verzoek van huurder de redelijke huurprijs van de woning had vastgesteld. De vordering van verhuurder tot vernietiging van die uitspraak kan niet worden toegewezen. De kantonrechter stelt wel een andere huurprijs vast nadat verhuurder in de procedure (wel) een geregistreerd energielabel B heeft overgelegd, waardoor t.b.v. de woningwaardering meer punten worden toegekend. De recentere (hogere) WOZ-waarde leidt echter niet tot meer punten, net zomin als de oppervlakte van de gemeenschappelijke ruimte en de door verhuurder niet onderbouwde luxere uitvoering van keuken en sanitair. Daarnaast wordt huurder veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding omdat hij het gehuurde niet in nette staat heeft opgeleverd. In reconventie worden de vorderingen van huurder gedeeltelijk toegewezen. Verhuurder dient de teveel betaalde huur terug te betalen. Verder stelt huurder dat hij door verhuurder is mishandeld. Daardoor voelde hij zich genoodzaakt om direct te verhuizen. Hij vordert vergoeding van diverse schades, waaronder het verschil tussen de huur die hij betaalde en de huurprijs van zijn nieuwe woning. Deze vordering wordt gedeeltelijk toegewezen. De schade i.v.m. verhuis- en inrichtingskosten wordt door de kantonrechter geschat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken