Rb. Zeeland-West-Brabant 6 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:2020
Werkneemster heeft als makelaar in loondienst gewerkt bij BV van broer en vordert na beëindiging van de arbeidsovereenkomst achterstallige provisie. Verweer dat aan de provisieregeling nooit uitvoering is gegeven, slaagt niet. Geen mogelijkheid tot eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden, geen stilzwijgende aanvaarding door werkneemster en evenmin rechtsverwerking. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat werkneemster alsnog aanspraak op provisie geldend maakt. Alleen tijdsverloop is onvoldoende. Vordering wel deels verjaard. Na uitleg van de betreffende provisieregeling wordt partijen bevolen om met inachtneming van het tussenvonnis samen tot concrete uitwerking van die provisieregeling te komen, dan wel bij gebreke van overeenstemming, eigen standpunt daaromtrent gemotiveerd uiteen te zetten, waarop andere partij zal kunnen reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl