Rb. Zeeland-West-Brabant 6 maart 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:1626
In eerder tussen partijen gewezen vonnissen, is beslist dat er sprake is van een betalingsverplichting van gedaagde ten aanzien van de kosten die nu worden gevorderd. Deze eerdere vonnissen zijn in kracht van gewijsde gegaan en hebben gezag van gewijsde gekregen. Dit betekent dat de beslissingen die volgen uit die vonnissen, bindend zijn tussen partijen. Deze bindende kracht geldt ook in deze procedure. Het is niet mogelijk om als reconventionele vordering herroeping van die eerdere vonnissen te vorderen. Zie art. 382 Rv en art. 385 Rv. Er is door gedaagde niet onrechtmatig gehandeld en misbruik gemaakt van procesrecht. De gevorderde werkelijke buitengerechtelijk incassokosten en proceskosten zijn afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl