Rb. Zeeland-West-Brabant 18 december 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:8842
BRE 22/618 t/m BRE 22/621 Naheffingsaanslagen loonheffingen, art. 50c Wfsv, nageheven premiekortingen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur art. 50c van de Wfsv juist toegepast en de premiekortingen tot de juiste bedragen in aanmerking genomen. De betrokken werknemers hebben arbeidsovereenkomsten met een vast overeengekomen arbeidsduur van minder dan 36 uur per week. Op grond van de wet moet de vermindering van de premiekortingen dan als uitgangspunt worden berekend op basis van de overeengekomen arbeidsduur. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de gemiddeld overeengekomen arbeidsduur afwijkt van wat in de schriftelijke overeenkomsten is vermeld en dat deze moet worden bepaald op het aantal feitelijk gewerkte uren. De rechtbank verwerpt belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel. Ook heeft de inspecteur door de wettelijke regeling toe te passen niet gehandeld in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur.
De uitspraak op rechtspraak.nl