Rb. Zeeland-West-Brabant 1 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7617
Artt. 6:74 lid 1; 6:83; 7:220 BW. Groot onderhoud aan woning. Vordering huurder tot betaling van een verhuiskostenvergoeding. De werkzaamheden kwalificeren echter goeddeels als dringende werkzaamheden waarvoor de wet geen compensatie biedt. Een beperkt deel van het werk betreft renovatie. Verhuizen was daarvoor niet noodzakelijk. De vordering wordt daarom afgewezen. De subsidiair gevorderde schadevergoeding wegens gemaakte hotelkosten en maaltijden buitenshuis wordt deels toegewezen. Verhuurder heeft niet het woongenot verschaft en is dan ook tekortgeschoten. Wettelijke rente is verschuldigd vanaf de aanvang van de werkzaamheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl