Rb. Zeeland-West-Brabant 29 september 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6770
Verdachte wordt veroordeeld voor het verrichten van voorbereidingshandelingen ten behoeve van de productie van amfetamine-olie, het medeplegen van het verrichten van voorbereidingshandelingen van de handel in cocaïne en (met)amfetamine en invoer van cocaïne en het bezit van een stroomstootwapen. Rekening houdend met de korting van twee maanden naar aanleiding van de overschrijding van de redelijke termijn van berechting komt de rechtbank tot een uiteindelijke gevangenisstraf van tweeëntwintig maanden met aftrek van voorarrest en waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Nu uit het dossier niet blijkt dat het financieel gewin uit de bewezenverklaarde feiten overduidelijk zichtbaar was in de levensstijl of goederen van verdachte, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan verdachte naast de gevangenisstraf een geldboete op te leggen.
De uitspraak op rechtspraak.nl