Rb. Zeeland-West-Brabant 19 juli 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5210

Gedaagde is gedurende de procedure in staat van faillissement komen te verkeren. Bij eerder tussenvonnis is de procedure voor wat betreft het onder artikel 29 Faillissementswet (Fw) vallende deel van de vorderingen geschorst om alleen dan te worden voortgezet als de verificatie wordt betwist. Dit deel van de vorderingen blijft van rechtswege geschorst. Voor wat betreft het onder artikel 28 Fw vallende deel van de vorderingen is de procedure bij eerder tussenvonnis geschorst om de wederpartij van de failliet, eiseres, de gelegenheid te geven om de curator tot overneming van het geding op te roepen. Eiseres heeft daarop niet gereageerd. In dit vonnis wordt beslist over het onder artikel 28 Fw vallende deel van de vorderingen. Deze veroordeling heeft op de voet van artikel 25 lid 2 Fw geen rechtskracht tegenover de failliete boedel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen