Rb. Zeeland-West-Brabant 9 mei 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4439

Partijen hebben een arbeidsovereenkomst gesloten. Verzoeker beschikte echter niet tijdig over een werkvergunning. Verweerder voert aan dat partijen mondeling hebben afgesproken dat zij om die reden geen uitvoering hebben gegeven aan de arbeidsovereenkomst en in plaats daarvan een overeenkomst van opdracht zijn overeengekomen. De kantonrechter gaat hieraan voorbij omdat niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste, artikel 7:670 lid 1 BW. Ook het verweer dat de arbeidsovereenkomst nietig is omdat een werkvergunning ontbreekt wordt gepasseerd. Artikel 2 lid 1 van de Wet arbeid vreemdelingen verbiedt slechts de werkgever om de werknemer arbeid te laten verrichten, het verbiedt niet het aangaan van een arbeidsovereenkomst noch het betalen van loon (vgl. HR, 27-03-1981, NJ 1981, 492). Bevestiging daarvoor kan worden gevonden in de wetsgeschiedenis van artikel 7:669 lid 3 onder h. BW. Werkgever is werknemer vergoedingen verschuldigd nu de arbeidsovereenkomst op initiatief van werkgever is beëindigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken