Rb. Zeeland-West-Brabant 23 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:8485
Diefstal met geweld en bedreiging en een mishandeling. Rechtbank legt, ondanks het advies uit het dubbel PO om een onvoorwaardelijke PIJ op te leggen, toch een voorwaardelijke PIJ op, omdat nog niet alle behandelmogelijkheden in een voorwaardelijk kader zijn uitgeput. Verdachte (met ernstig belast verleden) heeft een behandelrelatie opgebouwd met behandelaren van jeugdinstelling. Een onvoorwaardelijke PIJ zou een vertrouwensbreuk opleveren. Wegloopgedrag wordt als reden voor onvoorwaardelijke PIJ genoemd, maar niet uit te sluiten is dat dit wegloopgedrag het gevolg is van oplopende spanningen in aanloop naar langverwachte behandeling van de strafzaak. Niet gebleken is dat verdachte zich tijdens de periode dat hij is weggelopen schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank houdt rekening met de mening van de Inspectie J&V dat de JJI’s momenteel kwalitatief nog niet op orde zijn. Een overplaatsing van verdachte naar een JJI brengt risico’s met zich mee. Als bijzondere voorwaarde is onder meer opgelegd: meewerkt aan plaatsing bij jeugdinstelling en na eventuele doorplaatsing naar KVJJ te Venlo of een soortgelijke vervolgvoorziening meewerkt aan die betreffende plaatsing. De rechtbank heeft in een herstelvonnis deze bijzondere voorwaarde gewijzigd, omdat KvJJ niet kan worden opgelegd onder de titel van een voorwaardelijke PIJ.
De uitspraak op rechtspraak.nl