Rb. Zeeland-West-Brabant 25 mei 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:2865
Aan belanghebbende, een buitenlands belastingplichtige, is op haar verzoek door de inspecteur een beschikking geruisloze omzetting afgegeven, wegens geruisloze inbreng van een vof in een BV. Het overgangstijdstip is vastgesteld met terugwerkende kracht. Vervolgens heeft de inspecteur aan belanghebbende een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd met een conserverend inkomen. Het opleggen van de navorderingsaanslag heeft de inspecteur gebaseerd op de “extra standaardvoorwaarde” als genoemd in bijlage 2 bij de standaardvoorwaarden als bedoeld in het besluit van de minister van financiën (nr. DGB2010/3599M). Bij de navorderingsaanslag is belastingrente in rekening gebracht. De navorderingsaanslag is naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd. Het opleggen van de beschikking belastingrente leidt naar het oordeel van de rechtbank tot een ongelijke behandeling van binnenlands- en buitenlands belastingplichtigen. Aan buitenlands belastingplichtigen wordt een fiscaal voordeel onthouden, welke ongelijke behandeling in dit geval moet worden aangemerkt als discriminatie. De rechtbank vernietigt op die grond de beschikking belastingrente. Voor het overige verklaart de rechtbank het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl