Rb. Zeeland-West-Brabant 21 december 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:6523
Aan belanghebbende zijn acht naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren op dezelfde parkeerplaats gedurende een periode van negen aaneengesloten dagen. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende gelet op de bebording kenbaar had moeten zijn dat voor deze parkeerplaats parkeerbelasting had moeten worden voldaan. De kosten ter zake van het opleggen van de naheffingsaanslag mogen op grond van artikel 234, vijfde lid, van de Gemeentewet niet vaker dan eenmaal per kalenderdag in rekening worden gebracht. De rechtbank gaat voor het bepalen van de kalenderdag uit van de controledatum omdat op dat moment het belastbare feit plaatsvindt. Gelet daarop zijn de naheffingsaanslagen in beginsel terecht aan belanghebbende opgelegd. De rechtbank stelt vast dat er geen wettelijke bepaling bestaat die het aantal dagen beperkt waarop een naheffingsaanslag inclusief kosten kan worden opgelegd. De rechtbank is echter van oordeel dat er een moment komt waarop het opstapelen van naheffingsaanslagen zo nadelig is voor de burger, dat dit in strijd komt met de algemene rechtsbeginselen en datgene wat van een zorgvuldig handelende overheid mag worden verwacht. Van een heffingsambtenaar mag worden verwacht dat hij in een dergelijke situatie contact opneemt met de kentekenhouder en onderzoek doet naar de reden waarom de auto al dagen op dezelfde parkeerplaats staat zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting is voldaan. Dit geldt in het bijzonder voor de situatie waarbij de controles plaatsvinden met behulp van een scanauto en de naheffingsaanslagen geautomatiseerd worden afgedaan. In het onderhavige geval heeft de heffingsambtenaar geen contact opgenomen met belanghebbende en aan hem acht naheffingsaanslagen opgelegd in negen dagen. De rechtbank acht dit onzorgvuldig. Dit geldt temeer nu belanghebbende de eerste naheffingsaanslag pas op 15 januari heeft ontvangen en belanghebbende daarna meteen passende actie heeft ondernomen. De rechtbank laat van de acht naheffingsaanslag er vijf in stand.
De uitspraak op rechtspraak.nl