Rb. Zeeland-West-Brabant 11 november 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5709
IB/PVV. Eigenwoningrente. Belanghebbende heeft de door hem aangekochte woning zeer ingrijpend gerenoveerd en verbouwd en de kosten daarvan gefinancierd met een lening. In geschil is in hoeverre de verbouwingslening is aan te merken als een schuld die is aangegaan ter verbetering of onderhoud van de woning. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur uitgaat van een te beperkte uitleg van ‘schulden die zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning’. Dat daaronder niet kunnen worden begrepen schulden die zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning voor zover sprake is van ‘huurderslasten’ vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in de wettekst of de wetsgeschiedenis. De rechtbank acht het voorts in de omstandigheden van het geval ernstig onzorgvuldig en tegen beter weten in dat de inspecteur in de aanslagregeling de door belanghebbende in aanmerking genomen verbouwingsuitgaven ten volle gecorrigeerd heeft bij het vaststellen van de eigenwoningschuld en de daarmee verband houdende aftrekbare kosten. De rechtbank heeft hierin aanleiding gezien aan belanghebbende een vergoeding van de kosten in de bezwaarfase toe te kennen van € 2.500.
De uitspraak op rechtspraak.nl