Rb. Zeeland-West-Brabant 26 mei 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2617

BRE 18/263 tot en met 18/266 Omzetbelasting, artikel 28d van de Wet OB en artikel 4c van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, toepassing globalisatieregeling en autodemontageregeling. De rechtbank verklaart de beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaringen van de bezwaren voor de jaren 2011 en 2014 ongegrond. Ten aanzien van de beroepen tegen de ambtshalve teruggaven omzetbelasting over de jaren 2011 en 2014 is de rechtbank onbevoegd te oordelen. Voor de jaren 2012 en 2013 zijn aan belanghebbende naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Partijen houdt verdeeld hoe de globalisatieregeling en de autodemontageregeling moeten worden toegepast op de gemengde activiteiten van belanghebbende (handel en autodemontage-activiteiten). De rechtbank beslist dat, uitgaande van afzonderlijke berekeningen voor de demontageactiviteiten enerzijds en de in- en verkoopactiviteiten anderzijds, belanghebbendes berekeningswijze niet gevolgd kan worden en dat belanghebbende overigens de berekeningswijze van de inspecteur niet voldoende onderbouwd heeft bestreden. De rechtbank overweegt daartoe onder meer dat de berekeningswijze van belanghebbende ertoe leidt dat een gedeelte van de verantwoorde inkoopprijs twee keer tot een vermindering van de heffingsmaatstaf leidt. Dat is naar het oordeel van de rechtbank niet in overeenstemming met het systeem van de autodemontageregeling. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat de bij de naheffingsaanslag opgelegde boetes terecht zijn opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken