Rb. Zeeland-West-Brabant 2 oktober 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:4723
Bijzondere bewijsoverweging m.b.t. verkrachting. Verdachte wordt wegens een viertal feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden. De rechtbank acht bewezen dat verdachte met het aan zijn waakzaamheid toevertrouwde minderjarige slachtoffer gedurende drie jaar ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, haar meermalen heeft verkracht en kinderporno van haar heeft vervaardigd. Tevens dient verdachte aan de benadeelde partij een schadevergoeding te betalen van ruim tienduizend euro.
De uitspraak op rechtspraak.nl