Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juni 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2459

Aan belanghebbende is een beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas 2016 opgelegd. Volgens belanghebbende moet bij de berekening van de “premiecomponent vaste dienstbetrekkingen” de WGA-uitkering die door het UWV in 2014 aan een ex-werknemer is betaald, buiten beschouwing blijven. Belanghebbendes beroep daarvoor op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2017:4830) kan haar naar het oordeel van de rechtbank niet helpen, gelet op het arrest van de Hoge Raad waarin deze uitspraak is vernietigd (ECLI:NL:HR:2019:627). De stelling dat sprake was van een no-riskpolis voor de ex-werknemer (artikel 29, tweede lid, onderdeel g, juncto artikel 29b van de Ziektewet) heeft belanghebbende naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt. Het beroep is daardoor ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken