Rb. Zeeland-West-Brabant 14 april 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1806

AW. De rechtbank geeft een oordeel over meerdere besluiten die zijn genomen ten aanzien van eiser. Het gaat daarbij om het geven van dienstopdrachten, de verlenging van de periode om tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten, de beëindiging van deze werkzaamheden en het verlenen van buitengewoon verlof, en het verlenen van ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid. Met betrekking tot het meest vérstrekkende besluit (het ontslag) stelt de rechtbank vast dat eiser in een verbetertraject zat, dat was gericht op het verbeteren van zijn houding, gedrag en communicatiewijze. De rechtbank vindt dat eiser voldoende hulpmiddelen ter beschikking stonden om het verbetertraject te laten slagen. Verder blijkt uit het dossier dat eisers leidinggevenden gedurende het traject in voldoende mate hebben geprobeerd om met eiser in gesprek te komen over het verbetertraject en de gewenste veranderingen. Dit alles heeft echter niet geleid tot het gewenste resultaat. De minister mocht daarom tot de conclusie komen dat eiser ongeschikt is voor het vervolgen van zijn loopbaan bij het ministerie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken