Rb. Zeeland-West-Brabant 13 maart 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1184
Arbeidsongeval. De rechtbank vindt dood door schuld en overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet wettig en overtuigen bewezen. Bij uitsluiting van andere doodsoorzaken is het slachtoffer overleden door inademing van waterstofsulfide tijdens het betreden van een rioolput voor zijn werkgever. De onregelmatigheden bij de bloedafname en bewaarmethode hebben geen nadelige invloed gehad op de uiteindelijk gemeten concentratie waterstofsulfide, althans de gemeten concentratie is daardoor niet hoger dan dat deze zou zijn geweest wanneer het bloed op de voorgeschreven wijze zou zijn afgenomen en bewaard. De uitslag kan als betrouwbaar worden aangemerkt. Het slachtoffer heeft zelf besloten de put zonder veiligheidsmiddelen te betreden. Dit sluit de schuld van verdachte niet uit. De rechtbank is van oordeel dat verdachte onvoldoende de risico’s in kaart heeft gebracht, het slachtoffer niet voorzien heeft van de juiste veiligheidsmiddelen, onvoldoende toezicht heeft gehouden en de collega van het slachtoffer was niet voldoende deskundig om zijn werk te doen. Het overlijden van het slachtoffer is dan ook aan de schuld van verdachte te wijten. Hiermee heeft verdachte ook de Arbeidsomstandighedenwet overtreden. De rechtbank legt een hogere straf op dan door de officier van justitie geëist. Verdachte heeft onvoldoende lering getrokken uit dit arbeidsongeval, zo blijkt uit het dossier. Daarom is een deels voorwaardelijke straf aangewezen. De rechtbank legt aan verdachte op een geldboete van € 80.000,- waarvan € 20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl