Rb. Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:913
BRE 17/8017 artikel 6, tweede lid, sub a Wet OB Nu belanghebbende het verlaagde tarief zoals is opgenomen in artikel 6, tweede lid, sub a Wet OB wenst toe te passen, is het aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat het verlaagde tarief van toepassing is. De rechtbank begrijpt dat de dienst van belanghebbende ten aanzien van ceremoniële huwelijken meerdere taken omvat die samen een dienst vormen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de dienst zoals zij die uitvoert, daadwerkelijk een artistieke prestatie is. Naar het oordeel van de rechtbank is er ook geen schending van het gelijkheidsbeginsel. Met hetgeen belanghebbende aanvoert, is niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een beleid waarvan ten nadele van belanghebbende is afgeweken, of het oogmerk is geweest één of meer andere belastingplichtigen te begunstigen, dan wel in een meerderheid van de met belanghebbende vergelijkbare gevallen in het voordeel van die gevallen een (niet op beleid of begunstiging gebaseerde) fout is gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl