Rb. Zeeland-West-Brabant 19 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5699

IB/PVV, onzakelijke lening, afkoop pensioen (artikel 19b, Wet LB 1964), revisierente (artikel 30i AWR), Na een executoriale verkoop van onroerend goed dat eigendom was van zijn (pensioen-)BV heeft belanghebbende, directeur en aandeelhouder van de BV, de restantopbrengst opgenomen uit de BV. Hierdoor beschikte de BV niet meer over liquide middelen en bestonden de activa enkel nog uit vorderingen op belanghebbende. Ondanks de leningsovereenkomsten is er sprake van onzakelijke leningen nu de vermogenspositie van belanghebbende dusdanig was dat geen voorwaarden denkbaar zijn waaronder een onafhankelijke derde dergelijke leningen zou hebben verstrekt. Er is sprake van (gedeeltelijke) afkoop van de pensioenaanspraak, met als gevolg dat de totale pensioenaanspraak tot het belastbaar inkomen uit werk en woning moet worden gerekend. Ook is terecht revisierente in rekening gebracht. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken