Rb. Zeeland-West-Brabant 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4708
Vuurwerkzaak Etten-Leur. Verdachte wordt onder meer verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een ontploffing die aan zijn schuld te wijten is. Of sprake is van schuld in strafrechtelijke zin, wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd en is voorts afhankelijk van het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Uit de ernst van de gevolgen van de gedragingen kan niet reeds worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Niet reeds elke onbedachtzaamheid, onvoorzichtigheid of onoplettendheid leidt tot strafrechtelijke aansprakelijkheid. Daarvan kan pas sprake zijn, indien de 'ondergrens' van de aanmerkelijke onachtzaamheid en/of onvoorzichtigheid door het handelen is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank kan schuld in de zin van art 158 Sr niet bewezen worden, in het licht van het vorenoverwogene omtrent de bewijswaarheid van een culpoos delict. Verdachte wordt daarom vrijgesproken. Verdachte wordt wel veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk, te weten 57 mortierbommen/shells.
De uitspraak op rechtspraak.nl