Rb. Zeeland-West-Brabant 17 oktober 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4585
Artikel 34 Wet MRB en artikel 67c AWR Naheffingsaanslag mrb met een verzuimboete van 100% vanwege rijden in een auto met buitenlands kenteken zonder daarvoor mrb te betalen. Belanghebbendes verklaring dat de auto haar op een latere dag ter beschikking kwam te staan dan de dag waarmee de inspecteur de berekeningsperiode heeft laten aanvangen wordt onvoldoende met bewijsstukken ondersteund. De naheffingsaanslag blijft in stand. De rechtbank kent een boetematigend effect toe aan de omstandigheid dat de hoogte van de nageheven belasting tot stand is gekomen met toepassing van een berekeningsvoorschrift dat gebaseerd is op een bewijsvermoeden van onder meer de duur van het houderschap in Nederland. Ze neemt tevens in aanmerking dat belanghebbende niet de eigenaar van de auto is en evenmin de houder van het kentekenbewijs is, dat de verklaring van belanghebbende ter zitting niet ongeloofwaardig overkwam, alsmede dat niet gebleken is van een directe band tussen belanghebbende en de geregistreerde kentekenhouder/eigenaar. De rechtbank vermindert de boete van € 3.014 naar € 1.500.
De uitspraak op rechtspraak.nl