Rb. Zeeland-West-Brabant 10 oktober 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:4449
Kort geding: onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat werkgever in strijd handelt met goed werkgeverschap dan wel dat zij wanprestatie pleegt door de arbeidsovereenkomst met langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet op te zeggen. Er is vooralsnog geen uitspraak van de Hoge Raad op grond waarvan tot een andere conclusie zou moeten worden gekomen. De conclusie van de A-G van 18 september 2019 (ECLI:NL:PHR:2019:899) inzake de beantwoording van de prejudiciële vragen over ‘slapende dienstverbanden’ geeft daar onvoldoende aanleiding toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl