Rb. Zeeland-West-Brabant 12 juli 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:3160

Inkomstenbelasting / omzetbelasting / woonplaats, al dan geen gezamenlijke financiële huishouding, inkomsten genoten respectievelijk omzet behaald? De rechtbank oordeelt op basis van de feiten en omstandigheden dat belanghebbende in de onderhavige jaren in Nederland woonde en niet (tevens) in Duitsland en/of Spanje. Zo beschikte hij in Nederland over een woonwagen, had hij een Nederlandse bankrekening waarmee betalingen werden gedaan voor verbruik van energie en water in Nederland, bezocht hij geregeld zorgverzekeraars in Nederland en had hij diverse verzekeringen bij in Nederland gevestigde verzekeraars. Naar het oordeel van de rechtbank voerde belanghebbende echter geen gezamenlijke (financiële) huishouding met de moeder van zijn dochter. Daaraan doet niet af dat zij tijdens een doorzoeking op hetzelfde adres zijn aangetroffen en dat belanghebbende financiële bemoeienis had met de woning van de moeder van zijn dochter. De inspecteur heeft terecht bedragen bij het belastbare inkomen van belanghebbende opgeteld / omzetbelasting nageheven, maar de rechtbank schrapt/verlaagt een aantal posten. Onder meer omdat taxaties zijn gedaan aan de hand van tijdens een doorzoeking gemaakte foto’s en omdat er diverse dubbeltellingen zitten in de vermogensvergelijking van de inspecteur. Vergrijpboeten van 75% zijn terecht opgelegd omdat belanghebbende heeft doen voorkomen dat hij in het buitenland woonde en daardoor sprake is van listigheid. Wel vermindering in verband met undue delay. Tot slot heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken