Rb. Zeeland-West-Brabant 23 januari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:282

Omdat eiser te snel heeft ingeteerd op zijn vermogen, is er sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Het college heeft de bijstandsuitkering daarom in de eerste periode terecht toegekend in de vorm van een geldlening. Bij de bepaling van het in te teren vermogen heeft het college de kosten die betrekking hebben op de periode voorafgaand aan de verkoop van de woning van eiser en die verband houden met die woning, terecht niet in mindering gebracht. Daarnaast heeft het college de stortingen op de bankrekening van eiser terecht aangemerkt als gokwinsten en in aanmerking genomen bij het in te teren vermogen. Met de door eiser gestelde inzetten en geleden verliezen heeft het college terecht geen rekening gehouden, omdat voor verrekening van dergelijke verwervingskosten bij de vaststelling van de in aanmerking te nemen middelen geen plaats is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken