Rb. Zeeland-West-Brabant 15 mei 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:2251

Een hypotheekrecht is gevestigd voor een door de bank aan X verstrekte geldlening van € 100.000,-. Blijkens de hypotheekakte is het hypotheekrecht voor een totaalbedrag van € 145.000,- (hoofdsom en rente en kosten) gevestigd en strekt dit “Tot zekerheid voor de betaling van elke huidige of toekomstige schuld van de geldnemer aan de hypotheekbank op grond van deze lening en/of van in de toekomst door hem met de hypotheekbank overeen te komen leningen, of op grond van andere rechtsverhoudingen tussen beiden”. De bank had op enig moment, na opzegging van de overeenkomst met X, een opeisbare vordering op X van € 61.000,- inclusief rente en kosten. De stichting heeft deze vordering van de bank op X van € 61.000,- overgenomen en betaald. De stichting is op grond van art. 6:150, aanhef en sub d BW gesubrogeerd in de rechten van de bank. X is meerdere verplichtingen die in de notariële akte tussen X en de stichting zijn overeengekomen niet nagekomen. De vordering van de stichting op X op grond van wanprestatie bedraagt meer dan € 145.000,-. De woning van X is executoriaal verkocht en de stichting en de Ontvanger twisten over de verdeling van de opbrengst. Volgens de Ontvanger komt de stichting € 61.000,- toe. Het standpunt van de stichting, dat haar € 145.000,- toekomt, komt erop neer dat een deel van de rechtsverhouding tussen de bank en X, te weten de verbintenis dat X aan de bank zekerheid verstrekt “voor de betaling van elke huidige of toekomstige schuld van de geldnemer aan de hypotheekbank op grond van deze lening en/of van in de toekomst door hem met de hypotheekbank overeen te komen leningen, of op grond van andere rechtsverhoudingen tussen beiden”, op de stichting is overgegaan. Dit vergt echter een overdracht van een (deel van een) rechtsverhouding. Artikel 6:159 BW bepaalt dat een partij bij een overeenkomst haar rechtsverhouding (of een deel daarvan) tot de wederpartij met medewerking van deze laatste kan overdragen aan een derde bij een tussen haar en de derde opgemaakte akte. Een dergelijke akte tot overdracht van de bepaling waar de stichting naar wijst is er niet. Subrogatie bewerkstelligt slechts de overgang van een vordering met een eventueel bij die vordering behorend nevenrecht, zonder dat meer of andere bepalingen over dat zekerheidsrecht uit de rechtsverhouding tussen de schuldenaar en de vorige schuldeiser ook mee overgaan. Dit volgt uit de uitleg van artikel 6:142 BW op grond van tekst en parlementaire geschiedenis. Artikel 6:142 BW brengt tot uitdrukking dat de schuldeiser op wie een vordering is overgegaan door subrogatie in zoverre wordt gefaciliteerd dat, wanneer en voor zover die overgenomen vordering was gezekerd met een recht van hypotheek, dat recht van hypotheek ook de overnemende schuldeiser ten dienste staat ter inning van uitsluitend de overgenomen vordering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen