Rb. Zeeland-West-Brabant 26 april 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1937
In geschil is of de vereiste aangifte is gedaan door de erfgenamen van erflater. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is omdat de erfgenamen in een brief aan de inspecteur het gemotiveerde standpunt hebben ingenomen dat zij geen erfbelasting zijn verschuldigd. Of dat standpunt uiteindelijk juist of onjuist wordt bevonden is niet van belang. Voorts is in geschil wat de fiscale woonplaats van erflater was ten tijde van zijn overlijden en in de tien daaraan voorafgaande jaren. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op alle feiten en omstandigheden in deze zaak, de fiscale woonplaats van erflater niet Nederland was. De aanslagen erfbelasting zijn daarom vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl