Rb. Zeeland-West-Brabant 26 april 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1920
Artt. 12, vijfde lid, Wet OB en 24bb Uitvoeringsbesluit Wet OB Belanghebbende levert non-ferrometalen aan een afnemer waarvan geen geldig BTW-identificatienummer en geen identiteit bekend is. Van de leveringen zijn geen afhaalverklaringen opgemaakt. Wel zijn facturen opgesteld waarop staat vermeld “BTW verlegd”. De rechtbank is van oordeel dat de btw-verleggingsregeling niet van toepassing is op de leveringen van belanghebbende. Afgezien van de algemene factuurvereisten, verzet de ratio van de verleggingsregeling zich er tegen dat deze van toepassing is ingeval de identiteit van de afnemer niet vaststaat. Verder heeft belanghebbende recht op vergoeding van immateriële schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn. De periode waarvoor uitstel voor motivering van het bezwaarschrift is verleend wordt aangemerkt als een aan belanghebbende toerekenbare omstandigheid zodat de redelijke termijn wordt verlengd.
De uitspraak op rechtspraak.nl