Rb. Zeeland-West-Brabant 3 april 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:1474

Aan de hand van 2 deskundigenrapporten stelt de rechtbank vast dat de scheidingsmuur is omgevallen door zware belasting terwijl de muur instabiel was door slijtage/aanvreten én door scheefstand van de muur, welke tevoren zichtbaar was en voor de BV reden had moeten zijn maatregelen te nemen. Was de muur omgevallen doordat haar werknemer op onjuiste wijze had beladen, dan was de muur eerder omgevallen. Die werknemer (een van de twee dodelijke slachtoffers) heeft louter gehandeld conform zijn opdracht en hem valt dan ook niets te verwijten. Werkgever heeft aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig gehandeld en is daarom schuldig aan de dood van haar werknemer en een aanwezige monteur. Voorts heeft de B.V. voorschriften van Arbowet en Arbobesluit overtreden. Rechtbank houdt rekening met onevenredig lange vervolgingstermijn. B.V. wordt veroordeeld tot een geldboete van € 180.000 waarvan € 50.000 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar. Haar directeur tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, en een taakstraf van 180 uur onvoorwaardelijk. Van de gevorderde oplegging van een schademaatregel ziet de rechtbank af omdat de BV op andere wijze al een financiële vergoeding heeft gegeven of wil gaan geven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken