Rb. Zeeland-West-Brabant 18 december 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:7032
Compenserende maatregelen AOW-hiaat burgerambtenaren Defensie. Onder verwijzing naar de uitspraak van de CRvB van 22 februari 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:526) leveren de onderscheidenlijke maatregelen geen direct onderscheid naar burgerlijke staat op en wordt hiermee geen excessieve inbreuk (meer) gemaakt op de gerechtvaardigde aanspraak, zodat ook van een ongeoorloofd onderscheid naar leeftijd geen sprake is. Vlak voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd kan een recent inkomensoverzicht worden opgevraagd. Met dit inkomensoverzicht en de online rekentool zijn de individuele gevolgen voor eiser afdoende gemotiveerd. De uitvoering van de individuele compensatie valt buiten de omvang van het geding. Onder verwijzing naar de uitspraak van de CRvB van 26 juli 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:2275) moet het gegeven dat is gekozen voor compenserende maatregelen en niet voor wijziging van artikel 122 van het Bard, door de rechter worden gerespecteerd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Pas met bestreden besluit II is een toereikende financiële voorziening aan eiser toegekend. Het gebrek wordt gepasseerd met artikel 6:22 van de Awb, nu aannemelijk is dat eiser door de nadere besluitvorming niet is benadeeld. Beroep ongegrond met veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl