Rb. Zeeland-West-Brabant 25 juli 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5938

Ministerieplicht van de notaris jegens een legataris. Een legaat geeft een vorderingsrecht dat per definitie pas geldend kan worden gemaakt na overlijden van de erflater. Het in het testament opgenomen legaat is een bestaande vordering onder opschortende voorwaarde. In het testament is de vordering duidelijk omschreven, te weten een bedrag van € 1.000,00 per maand. De betaling van dit bedrag is niet aan nadere voorwaarden verbonden. Daarmee is de vordering voldoende bepaalbaar. De legataris moet de mogelijkheid hebben om deze vordering ten uitvoer te leggen. Daarvoor heeft zij een executoriale titel nodig. De wet voorziet daarin. Ingevolge artikel 430 lid 1 Rv kan de grosse van een in Nederland verleden notariële akte in Nederland ten uitvoer worden gelegd. Die regeling geldt ook voor een testament. De rechthebbende moet dan wel beschikken over een grosse van dat testament. Het is de taak van de notaris om zo’n grosse van het testament te verstrekken aan de legataris.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen