Rb. Zeeland-West-Brabant 19 september 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5802

Vaststelling aanvangshuurprijs door kantonrechter. Kantonrechter oordeelt dat in de UHW de redelijkheid centraal staat. In de omstandigheden van het geval oordeelt hij – anders dan Huurcommissie – dat het in de omstandigheden van het geval in dit specifieke geval alleszins te billijken is om bij de vaststelling van de aanvangshuurprijzen de energieprestatie van de woningen mee te tellen. Naar zijn oordeel zou, in de gegeven omstandigheden, het buiten beschouwing laten van de punten voor de energie-index tot een onbillijk resultaat leiden, zonder dat daar een (anders dan puur formalistische) rechtvaardiging voor bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen