Rb. Zeeland-West-Brabant 16 augustus 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5470

Art. 31a, tweede lid, aanhef en onderdeel e, Wet LB en art. 10e en 10ea, tweede lid, Uitvoeringsbesluit LB; 30%-regeling. 24-maandstoets. Belanghebbende, van buitenlandse afkomst, is in 2011 voor studiedoeleinden gekomen naar een stad die op minder dan 150 kilometer van Nederland ligt. Na afronding van zijn studie heeft hij tijdelijk in die stad gewerkt alvorens hij in dienst is getreden bij een Nederlandse werkgever. In geschil is of belanghebbende recht heeft op toepassing van de 30%-regeling. Partijen zijn het erover eens dat belanghebbende is aangeworven uit het buitenland in de zin van art. 10e, tweede lid, onderdeel b, van het Uitvoeringsbesluit. Wat partijen verdeeld houdt, is of belanghebbende voldoet aan de voorwaarde dat hij gedurende meer dan twee derde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling in Nederland buiten de zogenaamde 150-kilometergrens woonde (hierna: ‘24 maandstoets’). Naar het oordeel van de rechtbank moet dit worden getoetst aan de hand van het woonplaatsbegrip van artikel 4 van de AWR. De bewijslast dat hij aan de ‘24 maandstoets’ voldoet, rust op belanghebbende. Hij slaagt daarin niet. Anders dan belanghebbende bepleit, is irrelevant of ook sprake is van een duurzame band van persoonlijke aard tussen belanghebbende en zijn land van herkomst. Toepassing van de 30%-regeling is terecht geweigerd. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken