Rb. Zeeland-West-Brabant 28 juni 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:3721
De rechtbank vindt dat de verdachte in aanzienlijke mate onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden. Dit is de wettelijke ondergrens van schuld bij een aanrijding. In vergelijkbare zaken wordt hier meestal geen gevangenisstraf voor opgelegd. Tóch geeft de rechtbank verdachte een gevangenisstraf van 108 dagen, met aftrek van voorarrest. Daarnaast moet hij de maximale taakstraf uitvoeren van 240 uur. Tot slot krijg hij een rijontzegging van 5 jaar, waarvan 2 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. In zijn proeftijd wordt de verdachte begeleid door de reclassering en moet hij meewerken aan een behandeling door een psychiatrisch instituut.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 9 Sr
- Artikel 10 Sr
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 14d Sr
- Artikel 22c Sr
- Artikel 22d Sr
- Artikel 27 Sr
- Artikel 33 Sr
- Artikel 33a Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 63 Sr
- Artikel 91 Sr
- Artikel 314a Sv
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 6 WVW
- Artikel 175 WVW
- Artikel 178 WVW
- Artikel 179 WVW