Rb. Zeeland-West-Brabant 25 mei 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:3096
Omzetbelasting / algemeen of laag tarief?, exploiteert belanghebbende een amusementspark? Belanghebbende exploiteert een “family entertainment center”, een nieuw concept in Nederland. Zij beschikt over een ruimte waar 70 apparaten staan, waarop 50 verschillende spellen kunnen worden gespeeld. Om op de apparaten te kunnen spelen, koopt een bezoeker een “playcard” waarop hij een tegoed kan storten. De playcard dient in de apparaten te worden gestopt om deze in werking te stellen. Het tegoed op de playcard geeft of het recht om gedurende een bepaalde tijd vrij op de apparaten te spelen (mits deze niet zijn bezet) of credits die naar believen aan de apparaten kunnen worden besteed. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende haar diensten verricht vanuit een primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie ingerichte voorziening. Daaraan doet niet af dat met de spellen prijzen kunnen worden gewonnen. Verder is de rechtbank van oordeel dat sprake is van “het toegang verlenen tot” die voorziening en neemt daarbij in aanmerking dat de playcard niet is gekoppeld aan het gebruik van een specifiek apparaat. Van de huur van een speelautomaat is bovendien geen sprake omdat geen exclusief recht wordt verkregen om een apparaat gedurende een bepaalde tijd te gebruiken. Het tarief van 6% is dus van toepassing.
De uitspraak op rechtspraak.nl