Rb. Zeeland-West-Brabant 2 maart 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1770

Ontvankelijkheid beroep, naheffingsaanslag BPM, Naar aanleiding van een hertaxatie is aan belanghebbende een naheffingsaanslag BPM opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende tijdig beroep ingesteld, nu de inspecteur de eerdere verzending van de uitspraak op bezwaar niet aannemelijk heeft gemaakt. Anders dan belanghebbende meent, is geen sprake van een schending van de hoorplicht dan wel het unierechtelijke verdedigingsbeginsel en is naheffing ná registratie niet in strijd met het Unierecht. De rechtbank ziet geen aanleiding om de naheffingsaanslag verder te verminderen dan door de inspecteur in zijn verweerschrift is bepleit. De vermindering leidt tot een gegrond beroep. Of belanghebbende recht heeft op een passende rentevergoeding kan in deze procedure niet worden getoetst. Belanghebbende heeft recht op een immateriëleschadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank verwerpt belanghebbendes verzoek om rente te vergoeden over het griffierecht, de immateriëleschadevergoeding en de toegekende proceskostenvergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken