Rb. Zeeland-West-Brabant 13 december 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:8161
Ex-werknemer is bij aangetekende brief van 27 juli 2017 op staande voet ontslag verleend wegens het verwijderen en vernietigen van databestanden en onklaar maken van de computer, en diefstal van € 65,00 uit de kas. Verzoek tot veroordeling van de ex-werkgever tot betaling van een billijke vergoeding van € 77.000, de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:762 lid 10 BW, afgifte van een brutto/netto-specificatie, en vergoeding van de juridische kosten van € 10.000. De ex-werkgever heeft tegenverzoeken ingediend en verzoekt de veroordeling van de ex-werknemer tot betaling van € 26.567,48 wegens gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 1 en lid 3 BW, berekend op basis van 11 maanden loon en vakantietoeslag, € 1.250,00 wegens kasverschil, en een bedrag van € 4.358,00 aan boeten wegens schending van de geheimhoudingsplichting. Ex-werkgever heeft ex-werknemer ten onrechte beschuldigd van diefstal en onvoldoende uitgelegd waarom ex-werknemer aansprakelijk wordt gehouden voor het wissen van bestanden en wachtwoorden van de computer en het verbreken van de verbinding met de mailserver. De kantonrechter aanvaardt niet (het standpunt van ex-werkgever) dat partijen op 22 juli 2017 mondeling met onderling goedvinden het dienstverband met onmiddellijke ingang hebben beëindigd, gelet op de fysieke misdragingen van ex-werkgever jegens ex-werknemer die dag. De kantonrechter onderschrijft de constatering van de ex-werknemer dat het ontslag bij brief van 27 juli 2017 slechts bedoeld kan zijn om het onhoudbare ontslag van 22 juli 2017 te “repareren”. De gevorderde gefixeerde schadevergoeding wordt toegewezen. Een bedrag van € 22.000,00 (zes maandsalarissen afgerond) wordt aan billijke vergoeding vastgesteld. Hierin is smartengeld voor de mishandeling van de ex-werknemer begrepen, evenals zijn extra advocaatkosten. De tegenverzoeken van de ex-werkgever worden afgewezen. Omdat het debat omtrent de nevenverzoek betreffende de eindafrekening niet is voldragen, wordt de zaak ex artikel 7:686a lid 10 BW afgesplitst en volgt er nog een schriftelijk ronde.
De uitspraak op rechtspraak.nl