Rb. Zeeland-West-Brabant 14 juli 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:4298
“De rechtbank heeft op het beroep beslist en de beslissing van de rechter-commissaris in volle omvang ex nunc beoordeelt. De onderzoeksgrond komt te vervallen omdat de derde verdachte was aangehouden en verhoord. De herhalingsgrond wordt wel aangenomen omdat verdachte heeft niet heeft gehandeld in een opwelling omdat zij een week voor de pleegdatum heeft gedreigd dat ze degene die een naam noemt of “erbij naait” kapot zou maken. Met betrekking tot de schorsing van de voorlopige hechtenis kan de rechtbank zich verenigen met de door de rechter-commissaris genomen beslissing en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.”
De uitspraak op rechtspraak.nl