Rb. Zeeland-West-Brabant 22 mei 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3332
Immateriëleschadevergoeding De rechtbank heeft in de eerste beroepsprocedure de uitspraak op bezwaar vernietigd wegens schending van het hoorrecht en de zaak naar de inspecteur terugverwezen. De inspecteur heeft opnieuw uitspraak op bezwaar gedaan. Daartegen heeft belanghebbende (opnieuw) beroep ingesteld. Voor deze situatie geldt ook het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor de behandeling in de bezwaarfase en de beroepsfase (eerste aanleg) tezamen niet meer dan twee jaar bedraagt. Nu voormelde zich in eerste aanleg afspeelt, ziet de rechtbank geen aanleiding om de duur van de eerste beroepsprocedure afzonderlijk te beoordelen voor de omvang van de redelijke termijn. Voor dat geval dient de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig aan de inspecteur te worden toegerekend, tenzij in de loop van de hele procedure een of meer keer sprake is geweest van een langere behandelduur bij een rechterlijke instantie dan gerechtvaardigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl