Rb. Zeeland-West-Brabant 22 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1727

Artikelen 6:9 en 6:11 Awb en artikel 6 EVRM. Verschoonbare termijnoverschrijding hoewel belanghebbende heeft verzuimd een adreswijziging door te geven. Betreft niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren van belanghebbende tegen de aanslagen IB/PVV en ZVW en boeten. De aanslagen zijn gestuurd naar een buitenlands adres waar belanghebbende niet meer woonachtig was. De rechtbank is van oordeel dat de aanslagen op juiste wijze zijn bekendgemaakt, nu het aan belanghebbende te wijten is dat hij de adreswijziging niet aan de Belastingdienst heeft gemeld. De termijnoverschrijding is echter verschoonbaar. De fout in het jaar 2004 – het niet doorgeven van de adreswijziging als gevolg van een onjuiste opvatting – heeft niet een zodanig gewicht dat de niet-ontvangst van een aanslag IB/PVV ruim vijf jaar later (en van de latere aanslagen) redelijkerwijs aan belanghebbende is toe te rekenen. Daarbij is in aanmerking genomen dat de inspecteur geen onderzoek naar het adres van belanghebbende heeft gedaan toen hij weer tot uitnodiging tot het doen van aangifte en het opleggen van aanslagen overging, nadat er tussen 2003 en 2007 geen aanslagen waren opgelegd. Deze afweging heeft plaatsgevonden tegen de achtergrond van het belang van toegang tot de rechter. Beroepen gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken