Rb. Zeeland-West-Brabant 9 maart 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1464
Belanghebbende heeft in 1997 een lijfrenteovereenkomst gesloten waarvan de premies in aftrek zijn gebracht. De uitkeringen zijn reeds ingegaan. Hij heeft verder tot en met 2009 pensioenrechten opgebouwd (zogenoemd pensioen in eigen beheer). Belanghebbende is in 2014 geëmigreerd naar Frankrijk. In verband met deze emigratie heeft de inspecteur met betrekking tot de pensioen- en lijfrenteaanspraken een conserverende aanslag en een beschikking revisierente opgelegd. In geschil is of de conserverende aanslag en de beschikking revisierente terecht zijn opgelegd resp. vastgesteld. Belanghebbende stelt dat het opleggen van de conserverende aanslag in strijd is met de goede verdragstrouw. De rechtbank heeft besloten prejudiciële vragen voor te leggen aan de Hoge Raad. Naar aanleiding van de arresten BNB 2009/263 tot en met 266 heeft de wetgever reparatiewetgeving doorgevoerd. Deze reparatiewetgeving is in beginsel op het geval van belanghebbende van toepassing. De vraag is of deze reparatiewetgeving aan haar doel beantwoordt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 27 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16251
- Hof 's-Hertogenbosch 18 november 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:5157
- HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN8728
- HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC4725
- HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC5201
- HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8563
- HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8566
- HR 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6774