Rb. Zeeland-West-Brabant 23 februari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:1102
Artikel 28, eerste lid, van de Wfsv en artikel 2.3, eerste en tweede lid, van het Besluit Wfsv Belanghebbende exploiteert een uitzendbureau en stelt arbeidskrachten beschikbaar aan bedrijven in de agrarische sector. Voor de loonheffingen geldt voor deze sector dat onder bepaalde voorwaarden een lager percentage premie werkloosheidswet mag worden toegepast. Belanghebbende heeft dit lage percentage volgens de inspecteur ten onrechte in haar aangiften loonheffingen in aanmerking genomen. De inspecteur heeft het verschil tussen het lage en het hoge percentage nageheven en een vergrijpboete opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. In de schriftelijke arbeidsovereenkomsten die belanghebbende met de arbeidskrachten heeft gesloten is namelijk de omvang van de te verrichten arbeid niet eenduidig vastgelegd. Daarmee wordt niet voldaan aan de in artikel 2.3 van het Besluit Wfsv neergelegde voorwaarden om het lagere percentage toe te mogen passen. Ook de vergrijpboete is terecht opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl