Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:897
Blh verricht vrijwilligerswerk voor een stichting die is aangemerkt als (gewone) ANBI. Hij claimt giftenaftrek wegens het afzien van zijn vrijwilligersvergoeding en voor overige door hem gemaakte, maar niet vergoede, kosten. Ook is blh van mening dat hij recht heeft op de verhoging aftrek giften culturele instelling. De rechtbank oordeelt dat de overige kosten slechts in aftrek kunnen komen als deze kosten hoger zijn dan de vrijwilligersvergoeding (artikel 6.36, derde lid Wet IB 2001). Blh heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Voorwaarde voor toepassing van de verhoging aftrek giften culturele instelling is een beschikking waarin de stichting als culturele instelling wordt aangemerkt (artikel 6.39a Wet IB 2001). Nu de stichting niet bij beschikking als culturele instelling is aangemerkt is de verhoging terecht geweigerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl