Rb. Zeeland-West-Brabant 19 februari 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:896
Blh bestrijdt een naheffingsaanslag mrb omdat hij van mening is dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de openbare weg tijdens schorsing van het kenteken. De rechtbank is van mening dat er wel sprake is van een openbare weg nu de desbetreffende steeg feitelijk voor het openbare rijverkeer openstaat. Ook vordert blh een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. De beslistermijn eindigde op 29 december 2014 op welke dag ook de ingebrekestelling is ontvangen. Dat is één dag te vroeg maar omdat belanghebbende door het hoorgesprek wist dat de termijn voor uitspraak met meer dan 14 dagen zou worden overschreden, is de ingebrekestelling niet prematuur en is de inspecteur een dwangsom verschuldigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 20 AWR
- Artikel 22j AWR
- Artikel 27d AWR
- Artikel 28 AWR
- Artikel 67c AWR
- Artikel 1 Algemene termijnenwet
- Artikel 4:17 Awb
- Artikel 4:19 Awb
- Artikel 6:7 Awb
- Artikel 6:9 Awb
- Artikel 6:10 Awb
- Artikel 6:11 Awb
- Artikel 7:10 Awb
- Artikel 5 Wet MRB 1994
- Artikel 19 Wet MRB 1994
- Artikel 35 Wet MRB 1994
- Artikel 37 Wet MRB 1994