Rb. Zeeland-West-Brabant 3 november 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6931
Wajong 2015. De rechtbank overweegt dat het in artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong 2015 neergelegde begrip van “geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie” is uitgewerkt in de vier in artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit opgesomde criteria. Op grond van het Schattingsbesluit arbeidsvermogen heeft als hij: 1. Een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; 2. Basale werknemersvaardigheden heeft; 3. Ten minste een uur aaneengesloten kan werken; en 4. Ten minste vier uur per dag belastbaar is. Iemand heeft alleen arbeidsvermogen als hij aan alle vier de vereisten voldoet. De rechtbank acht deze uitwerking in het Schattingsbesluit niet onverbindend. Voor de beoordeling of iemand aan deze criteria voldoet, maakt het UWV gebruik van de SMBA-systematiek. De rechtbank acht dit systeem als ondersteunend systeem bij de beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie aanvaardbaar. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het Compendium Participatiewet (hierna: Compendium) vastgesteld. De rechtbank ziet het Compendium als een interne werkinstructie. Aangezien het Compendium niet bij besluit is vastgesteld, dient het te worden gekwalificeerd als vaste gedragslijn en niet als beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank ziet daarbij, gelet op de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever en de invulling die het UWV eraan geeft geen aanleiding voor het oordeel dat deze vaste gedragslijn – voor zover thans aan de orde – het wettelijk kader te buiten gaat of onredelijk is te achten. Naar het oordeel van de rechtbank beschikt eiser dan ook niet over basale werknemersvaardigheden. Ook is de rechtbank van oordeel dat eiser niet in staat is een uur aaneengesloten te werken. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat eiser geen mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. De rechtbank acht deze situatie duurzaam, nu uit de stukken voldoende is gebleken dat eiser slechts een zeer beperkt leervermogen heeft. Eiser voldoet derhalve aan de voorwaarden van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong 2015 en dient dan ook als jonggehandicapte te worden gekwalificeerd. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat aan eiser een Wajonguitkering wordt toegekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl