Rb. Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6242
effectenlease – verjaring vernietigingsbevoegdheid – kwade trouw ex art. 6:205BW – no cure no pay Dexia legt zich niet neer bij de prejudiciële beslissing van HR 9 oktober 2015 ECLI:NL:HR:2015:3018. Maar de collectieve actie van Eegalease c.s. is niet ingetrokken. Daaromtrent is een schikking getroffen, waarna afstand van recht is gedaan i.v.m. wat meer of anders was gevorderd in de collectieve actie. Ten onrechte tracht Dexia aan dit onderdeel van de Hoofdovereenkomst een te ruime strekking te geven. Kwade trouw van Dexia wordt niet aangenomen. Kwade trouw in de zin van art. 6:205 BW is zuiver subjectief van aard. Het contract was slechts vernietigbaar en er moest niet zonder meer van verlies worden uitgegaan. Niettemin is rente zonder ingebrekestelling verschuldigd ex art. 6:83 aanhef en onder c BW. Omdat Dexia meedeelde de vernietigingsverklaring niet te accepteren, mocht daaruit worden afgeleid dat Dexia tekort zou schieten met terugbetalen. Voor een “no cure no pay”-afspraak kan art. 6:96 lid 2 BW wellicht een basis bieden (HR 26 sept. 2014 ECLI:NL:HR:2014:2797). In dit geval biedt 6:96 lid 2 aanhef en onder b BW aan Leaseproces geen basis, omdat de zaak niet gaat over het vaststellen van schade en aansprakelijkheid, maar over buitengerechtelijke vernietiging van het contract en terugbetaling. Voorts staan art. 241 Rv en art. 6:96 lid 3 BW aan de nevenvordering in de weg. Gelet op de specificatie van de werkzaamheden heeft Leaseproces geadviseerd en geïnformeerd, maar niets verricht tot verkrijging van voldoening buiten rechte, behalve de gewone sommatie. De primaire en subsidiair nevenvordering ter zake van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl