Rb. Zeeland-West-Brabant 7 september 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5983
effectenlease – verjaring vernietigingsbevoegdheid – kwade trouw ex art. 6:205BW – no cure no pay Dexia stelt dat de vernietigingsbevoegdheid is verjaard en voert aan: a. De vernietigingsvordering sluit niet bij de vorderingen in de collectieve actie, b. De eisers in de collectieve actie hebben naderhand afstand gedaan van alle rechten en vorderingen, c. De vernietiging door de eega levert misbruik van recht op. ad a. De vernietigingsvordering sluit wel aan mede gelet op r.o. 3.4.2. van de prejudiciële beslissing van HR 9 oktober 2015 ECLI:NL:HR:2015:3018 ad b. Ten onrechte legt Dexia zich niet neer bij die prejudiciële beslissing. De collectieve actie van Eegalease c.s. is niet ingetrokken. Daaromtrent is een schikking getroffen, waarna afstand van recht is gedaan i.v.m. wat meer of anders was gevorderd in de collectieve actie. Ten onrechte tracht Dexia aan dit onderdeel van de Hoofdovereenkomst een te ruime strekking te geven. ad c. Het is aan de eega om te bepalen of de vernietigingsbevoegdheid wordt ingeroepen. De eega behoefde zich niet te beschermen tegen de uitkomst van drie eerdere contracten omdat die winstgevend bleken te zijn. Kwade trouw van Dexia wordt niet aangenomen. Kwade trouw in de zin van art. 6:205 BW is zuiver subjectief van aard. Het contract was slechts vernietigbaar en er moest niet zonder meer van verlies worden uitgegaan. Voor een “no cure no pay”-afspraak kan art. 6:96 lid 2 BW wellicht een basis bieden (HR 26 sept. 2014 ECLI:NL:HR:2014:2797). In dit geval biedt 6:96 lid 2 aanhef en onder b BW aan Leaseproces geen basis, omdat de zaak niet gaat over het vaststellen van schade en aansprakelijkheid, maar over buitengerechtelijke vernietiging van het contract en terugbetaling. Voorts staan art. 241 Rv. en art. 6:96 lid 3 BW aan de nevenvordering in de weg. Gelet op de specificatie van de werkzaamheden heeft Leaseproces geadviseerd en geïnformeerd, maar niets verricht tot verkrijging van voldoening buiten rechte, behalve de gewone sommatie. De primaire en subsidiaire nevenvordering ter zake van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 128 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 234 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 241 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:88 BW1
- Artikel 1:89 BW1
- Artikel 9 WCK
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 6:205 BW6
- Artikel 6:278 BW6
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 3:316 BW3