Rb. Zeeland-West-Brabant 26 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5359

Naheffing accijns. Belanghebbende heeft een winkel waarin klanten (veraccijnsde) tabak en sigarettenhulzen kopen en daarvan in de winkel sigaretten maken, met een installatie voor het drogen van de tabak en een snelrolapparaat van belanghebbende. De rechtbank oordeelt dat van belanghebbende terecht sigarettenaccijns is geheven, omdat zij betrokken is bij de productie van sigaretten door de klanten. Volgens de rechtbank is de situatie duidelijk anders dan wanneer een particulier thuis een shagje rolt, al dan niet met behulp van een rolapparaat, waarbij voor de accijnsheffing sprake is verbruik en niet van de ‘productie van een sigaret’. In de situatie van belanghebbende komen klanten naar de winkel om – uiteindelijk – sigaretten te kopen, ook al wijken die af van fabrieksmatig vervaardigde sigaretten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen