Rb. Zeeland-West-Brabant 10 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:5217
Een effectenleasecontract is 1999 afgesloten voor een driejarig kind. De vader vernietigt in 2006 per brief ex art. 1:347 BW. Dexia stelt dat de vernietigingsbevoegdheid is verjaard. Het kind vernietigt opnieuw na meerderjarig worden. Dexia erkent die vernietiging en moet daarom terugbetalen. De vraag is wanneer de rente verschuldigd is geworden. Kwade trouw van Dexia wordt niet aangenomen. Kwade trouw in de zin van art. 6:205 BW is zuiver subjectief van aard. Het contract was slechts vernietigbaar en er moest niet zonder meer van verlies worden uitgegaan. De rente is wel verschuldigd vanaf de betaaldagen omdat Dexia in dit geval het aangaan van het contract had moeten weigeren. Dexia wist dat het contract voor een minderjarige werd afgesloten en dat de vereiste machtiging van de kantonrechter ontbrak. (zo ook ktr Utrecht ECLI:NL:RBUTR:2011:BW4768). Aan eiseres, destijds drie jaar oud, kan geen eigen schuld worden toegerekend. (HR 31 mei 1985 NJ 1986/690)
De uitspraak op rechtspraak.nl