Rb. Zeeland-West-Brabant 28 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4742
De kantonrechter moet in een executiegeschil oordelen over artikel 6:223 BW. Het gaat om een te late aanvaarding van een aanbod, gedaan in het kader van een minnelijke regeling tussen partijen die in afwachting waren van een vonnis. Het vonnis is bij vervroeging uitgesproken. De wederpartij stelt zich op het standpunt dat het aanbod nog gold; ook na het vonnis. De aanbieder had niet duidelijk gemaakt dat het aanbod alleen gold tot een vonnis en ook niet onverwijld na de aanvaarding medegedeeld dat het aanbod was vervallen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het voor de wederpartij duidelijk moest zijn dat het aanbod geldig was tot de dag waarop een vonnis zou worden gewezen. Afwijzing van de vordering
De uitspraak op rechtspraak.nl